Ons onderwijs


De indeling van de groepen

 
We zijn schooljaar 2017-2018 gestart met 222 leerlingen. De school telt op dit moment 10 groepen, verdeeld over de onderbouw (2 kleutergroepen, groep 3 en 4), de bovenbouw (groepen 5 t/m 8) en twee groepen voor voltijds onderwijs aan hoogbegaafde kinderen. Dit zogenoemde Eureka-onderwijs heeft een middenbouwgroep voor leerjaar 4 t/m 6 en een bovenbouwgroep voor leerjaar 6 t/m 8.
 

De doorgaande leerlijn

 
Bij de organisatie van ons onderwijs gaan wij onder meer uit van de opdracht beschreven in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO): zorg dragen voor een ononderbroken ontwikkelingsproces van de kinderen. Binnen alle groepen bieden wij een gevarieerd onderwijsaanbod. Wij gaan zorgvuldig om met verschillen in de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling.
 
Het onderwijsprogramma wordt aangeboden aan de hand van zorgvuldig samengestelde onderwijsarrangementen. Een onderwijsarrangement beschrijft de leerdoelen per leergebied en alles wat een leerling nodig heeft om deze doelen te halen. Tot het onderwijsarrangement behoren het leerstofaanbod, de leertijd, het didactische en pedagogische handelen, het klassenmanagement en het schoolklimaat. Alle vijf arrangementen samen beschrijven het onderwijsaanbod aan de leerlingen:
 
Zeer verdiept – voor de hoogbegaafde leerlingen
Verdiept - voor leerlingen die zich sneller ontwikkelen
Basis - voor leerlingen die zich gemiddeld ontwikkelen
Intensief - voor leerlingen die meer ondersteuning nodig hebben
Zeer intensief - voor leerlingen die speciale begeleiding nodig hebben
 
Bij nieuw aan te leren stof maken we gebruik van drie instructievormen. De kinderen die op gemiddeld niveau werken, ontvangen de basisinstructie. Leerlingen die de leerstof snel begrijpen, kunnen na een korte instructie direct met de verwerking beginnen en voor leerlingen die meer uitleg nodig hebben organiseren we een verlengde instructie.
 

De kleutergroepen

In de kleuterbouw staan spelen en ontdekken centraal. Eerst doet een kind dat misschien nog alleen, maar meestal ook al snel met anderen. In de kleutergroep doen de kinderen allerlei ervaringen op: andere kinderen ontmoeten, aftasten, geven en nemen, delen en omgaan met eigen gevoelens en die van anderen. Het streven is de kinderen hun blikveld te laten verruimen met behulp van een uitdagende omgeving met wisselende speelplekken, met vrije en geleide spelmomenten binnen de thema’s. In het thematisch werken gaan we zoveel mogelijk uit van de belangstelling van de kinderen. Immers, als je iets leuk vindt, wil je er vanzelf meer over weten en dat is een goede basis om te leren.
 

Groep 3

Om de overgang vanuit de kleuterbouw soepel te laten verlopen, worden de werkperiodes afgewisseld door speelperiodes en bewegingsactiviteiten. De onderbouw kent tijdens het eerste half jaar korte werkperiodes, waarin instructie en zelfstandig werken plaatsvinden. Daarnaast worden speelperiodes aangeboden, waarin cognitieve vaardigheden verder ontwikkeld en geoefend worden door middel van spel- en ontwikkelingsmateriaal. In het tweede half jaar wordt deze lijn verder doorgezet, waarbij de verhouding tussen speel- en leertijd langzaam verandert.
 

De groepen 4 tot en met 8

In de midden- en bovenbouw wordt meer leerstofgericht gewerkt, waardoor er in verhouding tot de onderbouw minder tijd is voor vrij spelen. Tijdens de lessen wordt zelfstandig werken (zelf denken en zelf werken) afgewisseld met instructiemomenten. De leerkracht geeft verschillende instructies. Naast de klassikale instructie kunnen de kinderen ook in niveaugroepen of individueel instructie ontvangen. In het lesrooster zijn ook opdrachten opgenomen waar de kinderen samen aan kunnen werken. Op deze manier leren ze aan elkaar uitleggen en naar elkaar luisteren. Kinderen zijn onderling namelijk de beste uitleggers.
 

De Eureka groepen

Basisprogramma
In deze groepen wordt de basisstof compact aangeboden. De kinderen hebben minder herhaling nodig, omdat ze de opdracht of het vraagstuk vanuit hun inzicht vlot doorzien. Herhaling is nodig om te automatiseren maar te veel herhaling leidt tot verveling en onderprestatie.
Bij rekenen wordt de toets voorafgaand aan een blok aangeboden en daarna werken de leerlingen alleen aan de doelen die ze nog niet gehaald hebben en wordt het rekenaanbod aangevuld met verrijkingsstof.
Van de taalmethode worden alleen de grammaticale lessen aangeboden, zoals woord- en zinsbouwlessen.
Woordspelling wordt vooraf getoetst met een dictee om het niveau te bepalen en het aanbod vanuit de methode goed af te stemmen en eventueel compacter aan te bieden. De werkwoordspelling wordt wel volledig volgens de methode Taalverhaal aangeboden in een reguliere leerlijn.
 
Vaklessen
Engels wordt wekelijks in twee niveaugroepen per groep gegeven door een vakdocent. Elke niveaugroep ontvangt 45 minuten les.
Tijdens de Chinese lessen worden de kinderen uitgedaagd een taal met andere symbolen te leren.
De derde vakles wordt gevarieerd ingevuld. Hierbij volgen we met name de leervragen van de kinderen rond de onderwerpen vanuit de projecten.
 
De groepsleerkracht biedt de lessen filosofie, begeleidt de sociaal-emotionele ontwikkeling, ziet toe op het trainen van de executieve functies en begeleidt het onderzoekend leren.
 
Bij onderzoekend leren kiest de leerling een onderwerp dat hij uitdiept aan de hand van een onderzoeksvraag. Het resultaat wordt aan de klas gepresenteerd, zodat de kinderen ook kennis opdoen van elkaar. Dit kan in de vorm van een presentatie op het digibord, maar ook door allerlei andere creatieve vormen zoals een workshop, spel of een presentatie op locatie.
 
Om zelfstandig te leren werken en een stapsgewijze aanpak te ontwikkelen als een vraagstuk niet in één keer kan worden opgelost (‘leren leren’), maken de leerlingen onder andere hun eigen weekplanning en plannen ze hun huiswerk. Zo krijgen ze bijvoorbeeld als huiswerk voor topografie de opdracht om een groter aantal steden te leren, die ze niet met één keer doorlezen kunnen onthouden.
 
De groepsleerkrachten zorgen voor het aanbieden van het onderwijs op het juiste niveau zodat onderpresteren voorkomen wordt. De leraren leren de kinderen actief om te gaan met faalangst en perfectionisme. We noemen dit vitamine F (frustratie, fouten en falen). Zonder fouten te maken kom je immers niet tot leren.
 

Overgang naar de volgende groep

De overgang naar een volgende groep is in principe leeftijdsgebonden. De activiteiten zijn gericht op kinderen die zich in een bepaalde ontwikkelingsfase bevinden. De overgang naar de volgende jaargroep vindt in principe plaats na de zomervakantie.
Het kan voorkomen dat een kind op sociaal-emotioneel gebied nog niet toe is aan de volgende jaargroep. In dat geval kan een kind in aanmerking komen voor een extra jaar in dezelfde jaargroep. Ditzelfde geldt voor versnelling. Als een kind op alle ontwikkelingsgebieden toe is aan een volgende jaargroep kan het kind daar geplaatst worden.
 
In beide gevallen vindt uitgebreide communicatie plaats tussen ouders en leerkracht, eventueel ondersteund door interne of externe deskundigen. Het besluit tot verlenging of versnelling wordt uiteindelijk door de directeur van de school genomen.
 

Vervolgonderwijs en schoolkeuze

In het laatste schooljaar kiezen ouders samen met hun kind een school voor voortgezet onderwijs. Onze school geeft daarbij advies en begeleiding. In groep 8 hebben wij een vaststaande procedure om te komen tot deze keuze. Deze procedure staat beschreven in hoofdstuk 10.
 

De leerstof in het borgingssysteem

De school werkt met een borgingssysteem, waarin de onderwijskundige inhoud en werkwijze beschreven staat. Dit systeem garandeert eenzelfde werkwijze in de groepen, een doorgaande lijn tussen de jaargroepen onderling en borgt gemaakte inhoudelijke afspraken.
Het borgingssysteem wordt gezien als een levend document om onderwijsvernieuwingen te kunnen implementeren. Per jaar wordt vastgesteld welke onderdelen geëvalueerd en zo nodig bijgesteld worden.